WERK & ORGANISATIES

Waarom je je op een festival minder eenzaam voelt dan op je eigen team

Een groep vreemden op een festival bouwt sneller saamhorigheid op dan een team dat elkaar al jaren kent. Wat daar precies gebeurt, en wat je ervan kunt meenemen naar de werkvloer.

6 MIN LEESTIJD

Zondagavond was ik op Pukkelpop. Niet alleen om te feesten, al gebeurde dat ook, maar zoals wel vaker: af en toe ook met de blik van een psycholoog.

Wat me opviel, was hoe snel er een wij-gevoel ontstaat tussen mensen die elkaar tien minuten eerder nog niet kenden. Geen introductie, geen small talk vooraf. Naast me sloeg een vrouw die ik niet kende haar arm om mijn schouder tijdens het laatste refrein. Twintig meter verderop stond een man alleen, ogen dicht, volledig weg in de muziek, omringd door duizend mensen die hij nooit meer zou terugzien. Niemand daar oogde eenzaam.

Het enige wat al die mensen op dat moment deelden, was hetzelfde ritme. Geen gesprek. Geen gedeeld verleden. Gewoon dezelfde beweging, op hetzelfde moment, op dezelfde muziek. En dat bleek genoeg om iets te laten ontstaan dat op een gemiddelde teamvergadering zelden lukt.

Wat er gebeurt als lichamen hetzelfde ritme volgen

De socioloog Émile Durkheim beschreef ruim honderd jaar geleden een fenomeen dat hij collectieve effervescentie noemde: het moment waarop mensen in een groep zo op elkaar afgestemd raken, fysiek en emotioneel, dat het onderscheid tussen “ik” en “wij” er even niet meer toe doet. Durkheim onderzocht dit oorspronkelijk bij religieuze rituelen, maar het idee wordt sindsdien breder toegepast op elke situatie waarin een groep zich collectief overgeeft aan hetzelfde ritme. Precies dat zag ik zondagavond gebeuren, alleen dan met festivalbandjes in plaats van rituele objecten.

Dat is een theoretisch kader, geen experimenteel bewezen wetmatigheid. Wat wél experimenteel onderzocht is, is wat er lichamelijk gebeurt wanneer mensen synchroon bewegen. Onderzoek van Bronwyn Tarr en collega’s aan Oxford liet zien dat wie synchroon danst, een hogere pijndrempel krijgt dan wie hetzelfde beweegt maar niet op de maat van de anderen. Die verhoogde pijndrempel wordt gebruikt als indirecte maat voor de activatie van het endogene opioïdesysteem, het lichaamseigen netwerk dat ook een rol speelt bij euforie en sociale binding. Deelnemers die synchroon bewogen, rapporteerden bovendien meer sociale verbondenheid met de groep dan wie dat niet deed. Een eerste studie deed dit bij scholieren in Brazilië, een latere studie herhaalde het effect bij volwassenen in kleine groepen. Het patroon lijkt dus niet leeftijdsgebonden, al blijft het aantal studies beperkt.

Vergelijk dat met een gemiddelde teamvergadering. Iedereen zit stil, kijkt om beurten naar hetzelfde scherm, spreekt op zijn beurt. Geen gedeeld ritme, geen fysieke afstemming. Puur informatie-uitwisseling, verpakt als samenwerken. Het zegt iets dat een groep vreemden op een dansvloer sneller een gevoel van saamhorigheid opbouwt dan een team dat elkaar al jaren kent.

Het verschil tussen naast elkaar zitten en ergens bij horen

De zelfdeterminatietheorie van Ryan en Deci noemt verbondenheid, naast autonomie en competentie, een van de drie psychologische basisbehoeften die nodig zijn voor welzijn en motivatie. Belangrijk is hoe die theorie verbondenheid definieert: niet als fysieke nabijheid, maar als het gevoel gezien en gedragen te worden binnen een groep. Je kan fysiek omringd zijn door twintig collega’s en toch geen seconde dat gevoel ervaren. Op Pukkelpop gold het omgekeerde: fysiek omringd door vreemden, en toch dat gevoel wél.

Dat onderscheid is niet alleen theoretisch. Gallup volgt sinds enkele jaren wereldwijd hoe vaak werknemers zich eenzaam voelen, en het meest recente rapport (2024) laat zien dat ongeveer een op de vijf werknemers wereldwijd de dag ervoor veel eenzaamheid ervoer, ondanks dat de meesten van hen die dag omringd waren door collega’s. Opvallend: volledig thuiswerkende medewerkers rapporteerden dit vaker (25 procent) dan wie volledig op locatie werkt (16 procent), wat aangeeft dat fysieke aanwezigheid alleen niet de bepalende factor is. Het gaat om zelfrapportage, geen objectieve meting, maar de omvang van de steekproef (bijna 20.000 respondenten in de VS, aangevuld met wereldwijde data) maakt het een van de stevigere signalen die er op dit moment zijn.

De meeste organisaties investeren daarom in het verkeerde. Ze plannen méér contactmomenten: borrels, koffiepauzes, kwartaalevents. Sociaal contact op zich lost het probleem zelden op, omdat het niet raakt aan wat verbondenheid volgens de theorie eigenlijk vraagt.

Wat hiervan bruikbaar is, zonder een festival te organiseren

Niemand hoeft een podium te bouwen op kantoor. Maar het mechanisme dat ik zondagavond zag, is wel te vertalen naar kleinere vormen van gedeelde afstemming, en dat is precies waar het voor leidinggevenden concreet wordt.

Het kan helpen om een deel van een overleg wandelend te doen in plaats van zittend rond een tafel. Niet omdat lopen magisch is, maar omdat het een vorm van gedeelde, ritmische beweging toevoegt aan een moment dat anders volledig statisch verloopt.

Het kan ook helpen om een team af en toe iets gezamenlijk te laten ervaren waarbij niemand aan het woord hoeft te zijn: samen naar iets kijken of luisteren, in plaats van alleen met elkaar praten over taken. Gedeelde aandacht op hetzelfde moment bouwt een ander soort verbinding op dan een agenda afwerken.

En misschien het meest onderschat: op een festival valt hiërarchie voor een moment weg. Wie er ook is, beweegt evenveel onhandig mee. Dat soort momenten zijn zeldzaam op de werkvloer, en juist daarom waardevol wanneer een leidinggevende ze bewust laat ontstaan. Niet door status te ontkennen, maar door bewust ruimtes te creëren waarin die er even niet toe doet.

De vraag die ik leidinggevenden hierover meestal stel, is simpel: wanneer heeft dit team voor het laatst iets fysiek samen gedaan, zonder dat er een taak aan vasthing? Bij de meeste teams valt er een stilte na die vraag. Die stilte is meestal het eerlijkste antwoord dat er is.

Werk je aan sterkere teams?

BRONNEN

Durkheim, É. (1912/1915). The Elementary Forms of the Religious Life. Londen: George Allen & Unwin.

Tarr, B., Launay, J., Cohen, E., & Dunbar, R. (2015). Synchrony and exertion during dance independently raise pain threshold and encourage social bonding. Biology Letters, 11(10), 20150767.

Tarr, B., Launay, J., & Dunbar, R. I. M. (2016). Silent disco: dancing in synchrony leads to elevated pain thresholds and social closeness. Evolution and Human Behavior, 37(5), 343-349.

Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2000). Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well-being. American Psychologist, 55(1), 68-78.

Gallup (2024). State of the Global Workplace: 2024 Report.

GERELATEERDE ARTIKELS